Phoebe en ik trokken er vandaag op uit. Eventjes quality time met mijn hondendochter. Stitch bleef thuis, omdat ik ten eerste kreupel met mijn wandelstok geen twee sterke honden aankan. En vooral omdat Phoebe geniet van dat uurtje met ons tweetjes. Stitch huilde onbedaarlijk toen hij begreep dat hij niet meekon deze keer.

Omdat door de omleiding, waar de kermis de oorzaak van is, voor een relatieve drukte zorgt op onze gewone wandelroute, besloot ik een alternatief pad te volgen. Door weiden, velden, bossen, moeras en langs de Nethe. We wonen vlak naast een ongerept natuurgebied. Waar de konijnen voor je voeten huppelen, waar reigers, fazanten en eenden zich laten betrappen. Waar je, als je goed oplet, de herten door de bomen ziet gluren. Waar de buizerds vlak boven je hoofd scheren, op elkaar roepend met hun specifieke geluid. De Nethe is volgroeid met allerlei waterplanten, oeverplanten en het jong struikgewas kunnen hier zonder enige hinder uitdijnen. De smalle wandelpaadjes worden onderhouden door de ruiters die met hun paarden het hoge gras plattrappen.

Ik geef toe, het wandelpad is niet geschikt voor kinderbuggy's en rolstoelen, maar een kreupele met een wandelstok gaat nog net. Verleden jaar heeft de gemeente een houten pad over het moeras laten bouwen. Een slingerende houten brug, diep het moeras in ... je waant je echt in een andere, onbestaande wereld. Dat is mijn thuis. De plaats waar ik tot rust kom. Zo vrij als een vogel ... vrij van alle verplichtingen en verwachtingen. Hier kan ik zijn wie ik ben, Phoebe zal het me niet kwalijk nemen.

We trokken verder over de dichtbegroeide oever naast de rivier. We moesten obstakels vermijden zoals laaghangende takken, torenhoge mollenhopen, paardenhoopjes, boomwortels ... Genoeg mogelijkheden om een wankel iemand te vloeren. Gelukkig had ik mijn beste vriendje bij me. Ik moet hem toch eens een naam geven, die stok. 

 
Phoebe en ik wandelden over het moerasbruggetje, hoorden allerlei vreemde vogels fluiten en trokken daarna via hetzelfde onherbergzame pad naast de Nethe terug naar huis. Een overwoekerd pad, in the middle of nowhere. En toch ... toch  ... hoorde ik iets want daar niet thuis hoort: een fietsbel. Het duurde enkele seconden voor ik reageerde. Phoebe en ik keken om en verbaasd zagen we een man op een fiets uit het hoge gras tevoorschijn komen. Verbaasd keken we hem na. De man was van middelbare leeftijd, op het eerste gezicht niet echt goed in conditie, hij droeg een slobberjogging en zwoegend duwde hij de trappers rond. Surrialistischer kan ik ze echt niet bedenken.