• Fietser

    16 juli 2008

    Phoebe en ik trokken er vandaag op uit. Eventjes quality time met mijn hondendochter. Stitch bleef thuis, omdat ik ten eerste kreupel met mijn wandelstok geen twee sterke honden aankan. En vooral omdat Phoebe geniet van dat uurtje met ons tweetjes. Stitch huilde onbedaarlijk toen hij begreep dat hij niet meekon deze keer.

    Omdat door de omleiding, waar de kermis de oorzaak van is, voor een relatieve drukte zorgt op onze gewone wandelroute, besloot ik een alternatief pad te volgen. Door weiden, velden, bossen, moeras en langs de Nethe. We wonen vlak naast een ongerept natuurgebied. Waar de konijnen voor je voeten huppelen, waar reigers, fazanten en eenden zich laten betrappen. Waar je, als je goed oplet, de herten door de bomen ziet gluren. Waar de buizerds vlak boven je hoofd scheren, op elkaar roepend met hun specifieke geluid. De Nethe is volgroeid met allerlei waterplanten, oeverplanten en het jong struikgewas kunnen hier zonder enige hinder uitdijnen. De smalle wandelpaadjes worden onderhouden door de ruiters die met hun paarden het hoge gras plattrappen.

    Ik geef toe, het wandelpad is niet geschikt voor kinderbuggy's en rolstoelen, maar een kreupele met een wandelstok gaat nog net. Verleden jaar heeft de gemeente een houten pad over het moeras laten bouwen. Een slingerende houten brug, diep het moeras in ... je waant je echt in een andere, onbestaande wereld. Dat is mijn thuis. De plaats waar ik tot rust kom. Zo vrij als een vogel ... vrij van alle verplichtingen en verwachtingen. Hier kan ik zijn wie ik ben, Phoebe zal het me niet kwalijk nemen.

    We trokken verder over de dichtbegroeide oever naast de rivier. We moesten obstakels vermijden zoals laaghangende takken, torenhoge mollenhopen, paardenhoopjes, boomwortels ... Genoeg mogelijkheden om een wankel iemand te vloeren. Gelukkig had ik mijn beste vriendje bij me. Ik moet hem toch eens een naam geven, die stok. 

     
    Phoebe en ik wandelden over het moerasbruggetje, hoorden allerlei vreemde vogels fluiten en trokken daarna via hetzelfde onherbergzame pad naast de Nethe terug naar huis. Een overwoekerd pad, in the middle of nowhere. En toch ... toch  ... hoorde ik iets want daar niet thuis hoort: een fietsbel. Het duurde enkele seconden voor ik reageerde. Phoebe en ik keken om en verbaasd zagen we een man op een fiets uit het hoge gras tevoorschijn komen. Verbaasd keken we hem na. De man was van middelbare leeftijd, op het eerste gezicht niet echt goed in conditie, hij droeg een slobberjogging en zwoegend duwde hij de trappers rond. Surrialistischer kan ik ze echt niet bedenken.

    Lees meer >> | 729 keer bekeken

  • Treurwilg

    16 juli 2008

    Al van kindsbeen af ben ik gek op treurwilgen. Nu ik een eigen huis met tuin heb, staat er dan ook eentje voor mijn deur te pronken en o wee degene die het boompje een tak durft krenken. Ik heb die liefde opgedaan bij een vroegere buurvrouw van mijn ouders: Clementine.

    Clementine was een fiere, oudere vrouw. Altijd tot in de puntjes verzorgd, staalgrijze haren en oorknopjes herinner ik mij. Alsook haar twee hondjes. Een wit en een zwart poedeltje. Het zwartje was mijn vriendje, Pekkie heet het. Op een dag was Pekkie verdwenen, gestolen dacht men. Er leefde een oude, beetje demente man bij Clementine. Wie hij eigenlijk was heb ik nooit begrepen. Hij was in ieder geval niet haar man. Ze had wel een kleinzoon en iedere keer als hij bij haar een dagje of langer verbleef, ging ik met hem spelen in haar tuin.

    Clementine had een mooie verzorgde tuin met veel bloemenstruiken, fruitbomen en het pronkstuk: een enorm grote, oude treurwilg. Ik hield van die boom en werd vooral gefascineerd door zijn ruwe schors. Zelfs als we met tweeën rond die boom stonden, konden we elkaars handen niet raken. We reden rond op onze fietsjes langs de smalle paadjes die in haar grasperk waren aangelegd. Op een dag, waarschijnlijk was ik te ontstuimig, viel ik van mijn fiets recht op een afgevallen appel. Een wesp, verstoord door mijn plotse aanwezigheid, stak me gemeen in mijn arm. Met een harde huilbui tot gevolg. Clementine nam me mee naar binnen, één van de weinige keren dat ik in huis werd toegelaten, en verzorgde de steek met azijn. Ze had een typisch "oude mensen" huis uit de jaren zeventig. Ik herinner me vooral posturekes en kanten doekjes.

    Ik kan me niet meer herinneren waarom die speelpartijtjes met mijn vriendje van toen zijn gestopt. Waarschijnlijk door het opgroeien, andere interesses, andere vriendjes. Hij bleef een vage maar gelukkige herinnering uit mijn vroege kindertijd.

    Enkele jaren geleden, kwamen er twee nieuwe Vlaamse sterren aan het firmanent. Peter van den Begin en Stanny Crets. Groot was de opwinding van mijn vader, want Stany bleek een streekgenoot te zijn. Ik ben niet zo snel onder de indruk, dus mij maakte het niet veel. Okee, Margriet Hermans woont ook vlak bij mijn ouderlijk huis, maar daarom voel ik mij daar niet specialer door.

    "Stany, die moet je je toch herinneren!" drong mijn vader aan. Ik haalde mijn schouders op.
    "Allee, hij is de kleinzoon van Clementine!"
    Bij mij ging er nog altijd geen belletje rinkelen.
    Je ging er altijd spelen als hij daar was!" Riep hij opgewonden uit.
    Op dat moment doemde dat kleine jongetje in mijn geest op.
    "Heette die Stany?" Vroeg ik ongelovig.
    "Ik dacht dat die oude man Stan heette ..."

    Dit is dus het verhaal van de treurwilg. Raar hé, dat die boom meer indruk op mijn kinderzieltje heeft gemaakt dat een toekomstige beroemdheid ...

    Lees meer >> | 521 keer bekeken

  • Kermis

    16 juli 2008

    Dit weekend is het weer zover: de jaarlijkse kermis is gearriveerd. Eén van de "grootste" kermissen hier in de streek. Niet qua oppervlakte, want er staat helemaal geen kermis. Er is geen kraampje te bespeuren. Er staat alleen een heel grote tent waar vier dagen en nachten in gefeest wordt, begeleidt door ofwel een dj, rockgroepen, een Jazzbandje en last but not least een avond gevuld met BV's allerlei slag. In die tien jaar dat we hier wonen hebben we bijna half BV - land al horen passeren. Want dit evenement wordt amper tweehonderd meter van onze achterdeur georganiseerd.

    Vannacht was het fuif. Rond twee uur werd ik wakker op de tonen van: "Your the one that I want" Groot is ieder jaar mijn verbazing dat op hedendaagse fuiven bijna dezelfde muziek gedraaid wordt als vijfentwintig jaar geleden, in mijn tijd ... Wat klinkt dat oud als ik dat zo zwart op wit zie verschijnen. En toch lijkt het pas gisteren. Doezelend zong ik in mezelf mee met de liedjes en ik voelde me meer ontspannen dan in lange tijd. De nachten zijn te stil voor me. Mijn hoofd heeft teveel ruimte om te werken in die stilte en duisternis. Overdag, als de zon helder straalt en de dagelijkse geluiden voor de nodige afleiding zorgen val ik zonder probleem in een diepe slaap. 's Nachts heb ik hulp nodig in de vorm van slaappillen.

    Manlief werd wakker en mopperend sloot hij het raam. De afleiding werd buitengesloten en op slag was ik klaarwakker. Uiteindelijk ben ik opgestaan, heb ons Lotje eten gegeven, de honden uitgelaten en drinken gegeven. Ik heb zelf een chocomelkske gedronken en ik ben achter de computer gekropen om een spelletje te spelen. Alles om die hersentjes eventjes af te leiden ...

    Vannacht is het rockavond ...

    Lees meer >> | 478 keer bekeken

  • De ring

    16 juli 2008

    Bijna twaalf jaar oud ... bijna een vrouw. De juwelier kwam langs want het meisje kreeg een ring voor haar plechtige communie. Ze was zo fier! Haar hele leven had ze bewonderend gekeken naar haar moeders ring. Goud met een rode steen erin.

    De bel ging ... opgewonden nagelbijtend wachtte ze af. De man kwam binnen met een grote zwarte koffer. Hij opende deze schatkist en het was al goud wat blonk. Alles was even mooi. Het meisje mocht kiezen van haar vader, want zij kreeg een ring. Maar moeder had al snel haar keuze gemaakt. Een witgouden ring met een paarse en twee witte steentjes. Zij pasten perfect bij de witgouden collier die zij voor zichzelf had gekozen. Het meisje ging mee in haar moeders enthousiasme. Het was inderdaad een heel mooie ring. Maar hij was veel te groot voor haar smalle vingertjes. Rond moeders ringvinger paste hij perfect. Hij leek voor haar gemaakt. Moeders ogen schitterden.

    Het meisje raakte in paniek. Zij mocht een ring kiezen en nu was moeder er mee weg! Maar moeder suste haar. Het meisje mocht deze ring dragen op haar comunnie. Daarna zou moeder hem indragen tot haar dochters vingers groot genoeg waren om hem te dragen. Het meisje vond het goed.

    Op de grote dag droeg het meisje haar ring. Haar knuistje gebald zodat de te grote ring zeker niet van haar vingertje zou schuiven. Na de kerkelijke dienst gaf ze hem in bewaring aan haar moeder, die er de volgende achttien jaar mee pronkte. Er werd niet meer gesproken over de overeenkomst. Moeder had haar ring ...

    Moeder stierf. De dag nadien overhandigde vader al haar juwelen aan de dochter. Waaronder haar trouwring, de gouden ring met de rode steen, een witgouden collier met witte parel en de ring ... Ze keek naar het ding. Het was na al die jaren een zielloos ding verworden, waar nare herinneringen rond spookten. Ze stak de juwelen in een enveloppe en keek er jaren niet meer naar om.

    De ring en de collier zijn verkocht ... aan een dame in Izegem die ze als verjaardagscadeau voor haar moeder kocht ...

    Lees meer >> | 549 keer bekeken